mantelzorgers

1 op de 6 Utrechtse ouderen maakt gebruik van huishoudelijke hulp via Wmo

In de provincie Utrecht doet een groeiend aantal ouderen een beroep op huishoudelijke hulp via de Wet maatschappelijke ondersteuning. In de eerste helft van 2025 maakte 16,1 procent van de 75-plussers gebruik van deze voorziening. Dat komt neer op zo’n 19.500 mensen en is een duidelijke stijging ten opzichte van vier jaar eerder.

Dat blijkt uit onderzoek van Zuster Jansen, op basis van cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek. In dezelfde periode in 2021 ging het nog om ongeveer 16.600 ouderen, wat betekent dat het aantal aanvragen in vier jaar tijd met ruim 17 procent is toegenomen. Het aandeel Utrechtse ouderen dat huishoudelijke hulp ontvangt ligt iets onder het landelijk gemiddelde van 18,1 procent. Alleen Noord-Holland scoort lager.

Volgens Zuster Jansen laten de cijfers zien dat de druk op de Wmo per regio sterk verschilt. Provincies met relatief veel ouderen, zoals Overijssel en Limburg, kennen de hoogste percentages. Gemeenten moeten zich volgens de onderzoekers voorbereiden op een blijvend hoge vraag, terwijl de beschikbare capaciteit in de thuiszorg al onder druk staat.

Binnen de provincie Utrecht zijn de verschillen tussen gemeenten groot. In Bunschoten ontvangt bijna één op de vier 75-plussers huishoudelijke hulp via de Wmo, het hoogste percentage van de provincie. Ook Wijk bij Duurstede, Woudenberg en Montfoort zitten ruim boven het provinciale gemiddelde. In De Bilt en Leusden wordt juist relatief weinig gebruikgemaakt van huishoudelijke hulp, met percentages rond de tien tot twaalf procent.