Een aanzienlijk deel van de Nederlandse ouderen heeft problemen met het zicht, zelfs met een bril of contactlenzen. Vooral mensen met een laag inkomen lopen een groter risico. In Zeist ervaart 2,5 procent van de 65-plussers een visuele beperking, blijkt uit onderzoek van Independer op basis van cijfers van het CBS en het RIVM.
Landelijk heeft 6,3 procent van de 65-plussers moeite met zien ondanks een bril of lenzen. Het gaat daarbij om problemen zoals het niet kunnen lezen van kleine letters of het herkennen van gezichten op enkele meters afstand. Ouderen met een laag inkomen hebben hier beduidend vaker last van dan ouderen in de hoogste welvaartsgroep. In die laagste groep geeft 5,9 procent aan slecht te zien, tegenover 1,5 procent in de hoogste groep.
Volgens Independer kan geldgebrek een belangrijke rol spelen. Mensen stellen het vervangen van hun bril of lenzen mogelijk te lang uit, waardoor het zicht achteruitgaat. Zorgexpert Youri van der Avoird spreekt van mogelijke zorgmijding, omdat de kosten voor nieuwe brillen of lenzen niet altijd op te brengen zijn.
Binnen de provincie Utrecht bestaan grote verschillen tussen gemeenten. In Nieuwegein ervaart 6,1 procent van de 65-plussers problemen met het zicht, gevolgd door Utrecht met 5,8 procent. Zeist zit met 2,5 procent onder het provinciale gemiddelde. Op buurtniveau kunnen de verschillen nog groter zijn. In sommige Utrechtse wijken heeft zelfs meer dan 14 procent van de ouderen slecht zicht, terwijl dat in andere buurten onder de 2 procent blijft.
Een vergoeding voor brillen is voor volwassenen beperkt. Alleen bij ernstige oogaandoeningen of zeer hoge sterktes wordt soms vergoed vanuit de basisverzekering. Aanvullende verzekeringen bieden soms een tegemoetkoming, maar die weegt niet altijd op tegen de premie. Volgens Independer loont zo’n verzekering vooral als er ook andere zorgkosten mee worden gedekt.










